Claude verstopt een watermerk in zijn woordkeuze, maar is dat bewijs?

Claude laat sinds augustus een onzichtbaar patroon achter in zijn woordkeuze, zodat de tekst later te herkennen is. Dat patroon zegt alleen iets over de waarschijnlijkheid dat Claude meeschreef, en de detector die het moet uitlezen is er nog niet.

Dit artikel is geschreven door AI en door een mens gecontroleerd vóór publicatie.

Platte illustratie op crèmewitte achtergrond: een grote tekstballon met dikke zwarte contour, gevuld met een rij kleine identieke zwarte tekentjes in plaats van woorden, waarvan er vier blauw zijn. Onder de ballon zweeft een los zwart sleutelgat zonder sleutel.

Anthropic markeert sinds augustus 2026 de tekst die Claude produceert met een onzichtbaar watermerk, meldt Nieman Lab. Wie hoopt dat hiermee een betrouwbare AI-detector in zicht komt, leest de kleine letters beter. Het signaal komt van één leverancier, over zijn eigen modellen, en de detector om het uit te lezen bestaat nog niet publiek.

De techniek zit in de woordkeuze. Een taalmodel kiest woord voor woord, en bij veel van die keuzes maakt het volgens Anthropic weinig uit welke variant het pakt: na “The weather today was cold and” is zowel “overcast” als “grey” prima. Die keuze gebeurt met een toevalsgetal, en Anthropic verandert de bron van dat toeval. Zo ontstaat een patroon dat de lezer niet ziet, maar met een sleutel te lezen is. Het systeem is gebaseerd op SynthID-Text van Google DeepMind, schrijft Android Authority.

Wat het signaal wel zegt en wat niet

Anthropic zelf houdt de verwachtingen klein: de sleutel levert alleen een waarschijnlijkheid dat Claude aan een tekst meeschreef. Of een mens hem schreef, of een ander model, beantwoordt het signaal niet. Detectie werkt bovendien slecht op korte fragmenten; hoe langer de passage, hoe hoger de zekerheid.

Het watermerk wordt zwakker precies waar journalistiek zich ophoudt. Bij feitelijke passages is er minder ruimte voor vrije woordkeuze, en dus minder plek voor het patroon: in Anthropics eigen voorbeeld “Isaac Newton’s most famous work was called Principia…” klopt alleen “Mathematica”. Ook in gegenereerde code is die ruimte kleiner. Laat je Claude je eigen tekst proeflezen, dan zit het watermerk volgens Anthropic alleen in de correcties. En volgens leraar.ai geldt de omkering net zo hard: het ontbreken van een markering bewijst niet dat er geen AI is gebruikt.

Ruzie over de vraag of de tekst er slechter van wordt

Anthropic zegt dat het systeem geen “practical” effect heeft op inhoud of kwaliteit. Nieman Lab beschrijft de methode anders: Claude verandert een deel van zijn woorden bewust naar minder waarschijnlijke opties, “guava” in plaats van “mango”.

De scherpste kritiek komt via Nieman Lab van John Gruber, schrijver van Daring Fireball: het bewust kiezen van minder waarschijnlijke synoniemen tast het schrijven aan. Zijn conclusie: “The idea that anything other than my needs should factor into the generation of text for me is patently offensive.” Onafhankelijke verificatie van de kwaliteitsclaim is er niet, een reactie op Gruber evenmin.

Waarom een redactie er nu niets mee kan

Een detectie-API komt er “soon”, zegt Anthropic, maar algemeen beschikbaar was die bij de berichtgeving niet. Wie toegang krijgt, tegen welke prijs, bij welke tekstlengte het signaal betrouwbaar is, hoeveel herschrijven het watermerk overleeft en hoe het zich in het Nederlands houdt: dat is allemaal niet bekend. In de vier berichten over het watermerk komt geen enkele redactie aan het woord over AI-tekstdetectie.

Voor Nederlandse redacties ligt de verantwoordelijkheid ergens anders. De NVJ-modelrichtlijn AI in de Journalistiek legt transparantie bij de redactie zelf: AI-gebruik wordt helder aan het publiek kenbaar gemaakt, inclusief hoe en waarom. Over detectie of watermerken achteraf staat er niets. Er staat wel dat AI niet wordt ingezet om output en productiviteit te tracken en te evalueren; of een detector op eigen redactieteksten daaronder valt, zegt de richtlijn niet.

Het probleem dat het watermerk niet oplost

De reflex om AI-tekst aan zijn stijl te herkennen was al onbetrouwbaar. Lezers en journalisten hebben eigen lijstjes: veel “delving” en “fostering”, absolute constructies, te veel gedachtestreepjes. “But nothing is foolproof”, schrijft Nieman Lab. Het Reuters Institute beschrijft waarom: dezelfde woorden die ChatGPT overgebruikt nemen ook toe in contexten waar zeker geen taalmodel aan het werk was, zoals conversationele podcasts.

Ongemak bij het publiek is er wel. Het Reuters Institute ondervroeg circa 12.000 respondenten in zes landen. In 2025 was 33 procent comfortabel met AI die de tekst van een artikel schrijft, een jaar eerder was dat 31 procent. Bij spelling- en grammaticacorrectie lag dat in 2025 op 55 procent, bij koppen op 41 procent.

Comfort van het publiek bij AI-gebruik per taak In 2025 was 33 procent van de respondenten comfortabel met AI die de tekst van een artikel schrijft; een jaar eerder was dat 31 procent. Bij spelling- en grammaticacorrectie lag dat in 2025 op 55 procent en bij koppen op 41 procent. Het Reuters Institute ondervroeg circa 12.000 respondenten in zes landen. Spelling- en grammaticacorrectie, 2025 55% Koppen, 2025 41% Tekst van een artikel, 2025 33% Tekst van een artikel, jaar eerder 31% Circa 12.000 respondenten in zes landen
Bron: Reuters Institute

Technisch is het watermerk een herkomstsignaal van één aanbieder over zijn eigen modellen, dat zwakker wordt bij korte en feitelijke tekst en nog niet uit te lezen valt. Wat het niet is: een antwoord op de vraag of een mens dit heeft geschreven.