70 procent kans dat het nep is: daar heeft geen enkele redactie iets aan
Tools die moeten vaststellen of een beeld echt is, worden gebouwd zonder de journalisten die ermee moeten werken, stelt een Amerikaans rapport. Wie dat oordeel moet vellen, heeft niets aan een waarschijnlijkheidsscore.
Dit artikel is geschreven door AI en door een mens gecontroleerd vóór publicatie.

Wie een tool bouwt die moet vaststellen of een foto echt is, praat kennelijk zelden met de mensen die dat oordeel moeten vellen. Dat is de kern van het rapport ‘Holding the Line’ van Princeton CITP, verschenen op 30 juli 2026 en door de auteurs samengevat in Tech Policy Press: onderzoeksjournalist Hilke Schellmann (NYU) en Mihir Kshirsagar. Het rapport is de neerslag van een workshop in juni 2026 aan NYU met tientallen journalisten, technologen en academici, meldt Nieman Lab.
Een score van 70 procent is geen antwoord
Het concreetste voorbeeld zijn de confidence ratings van beelddetectors. Zo’n tool geeft bijvoorbeeld 80 procent kans dat een beeld AI-gegenereerd is. Ook een score van 70 procent dat een beeld níet AI-gegenereerd is, helpt een verslaggever niet: journalisten werken liever met een binair oordeel. Het publiek wil hetzelfde. Een journalist krijgt dus een getal dat hij niet kan uitleggen, over een oordeel dat hij niet kan vellen.
Hoe onbruikbaar dat is, bleek begin juli 2026 bij een viraal nepbeeld van senator Mitch McConnell aan de beademing. Detectietools sloegen uiteindelijk aan op een onzichtbaar watermerk dat sommige AI-generatoren inbouwen. Toen McConnells kantoor daarna een échte foto publiceerde, faalden dezelfde forensische tools: sommige vonden geen enkel AI-spoor, andere rapporteerden een lage waarschijnlijkheid, en geen enkele kon bewijzen dat de foto authentiek was.
Een standaard die onderweg wordt weggegooid
Bij C2PA, de herkomststandaard die in 2021 werd gelanceerd door onder meer Adobe, Microsoft en de BBC, zit het probleem niet in het oordeel maar in de keten. De standaard hangt bij opname een cryptografisch ondertekend manifest aan een beeld en houdt de bewerkings- en publicatiegeschiedenis bij. Grote nieuwsorganisaties als AP en The New York Times steunen het initiatief, maar in redacties stuit de invoering op grote problemen. Een engineer van een Noord-Amerikaanse redactie vertelde onder Chatham House-regels dat het bij elke stap misging: de ingest-software verwijderde het manifest, en toen de leverancier dat had gerepareerd, bleek het CMS de standaard niet te ondersteunen, waardoor het manifest alsnog vóór publicatie werd gewist. Veel socialemediaplatforms strippen bij distributie bovendien metadata en cryptografische handtekeningen uit beeld en video.
Er is een scherper bezwaar. Volgens een rapport van mensenrechtenorganisatie WITNESS kan slechte implementatie van C2PA surveillance mogelijk maken, tenzij er waarborgen worden ingebouwd. Fotografen die naar vijandige omgevingen worden gestuurd, krijgen daarom bewust camera’s zónder de standaard mee, uit angst dat de metadata in het manifest gebruikt worden om hen te volgen. Het gevolg is dat de gevaarlijkste reportages er het minst geverifieerd uitzien.
Waarom de prikkels niet gelijk lopen
De centrale observatie van het rapport gaat niet over techniek maar over belangen: het meeste geld zit bij partijen die weinig ophebben met zorgvuldige feitenvinding. “Our report’s central observation is that the incentives to build tools that promote trust rarely align across all of the actors in the information ecosystem. Those with the deepest pockets, including many technology and social media companies, are often not interested in supporting careful fact-finding”, schrijven Schellmann en Kshirsagar in Tech Policy Press. Ondertussen wordt vervalsen goedkoper en sneller, en verificatie duurder en trager: de ijkpunten waaraan journalisten toetsten, websites, documenten, openbare registers en een stem aan de telefoon, kunnen nu zelf gefabriceerd zijn.
In Nederland weten we het simpelweg niet
Over verificatietools op Nederlandse redacties is niets bekend. Wie het CITP-rapport leest als beschrijving van de Nederlandse praktijk, leest er iets in wat er niet staat.
Wat wel is vastgelegd, is de onderliggende kloof. Onderzoekers van onder meer de Universiteit Leiden interviewden medewerkers van De Telegraaf, de Volkskrant, NOS en RTL Nederland en vonden dat technische kennis en journalistieke afwegingen in gescheiden werelden zitten, meldt SVDJ. Het onderzoek is van april 2025 en gaat over AI-gebruik in brede zin, niet over verificatietools.
De NVJ probeert de redactionele zeggenschap procedureel te verankeren. In de modelrichtlijn AI, aangekondigd op 30 juni 2026, is de keuze voor bepaalde AI-systemen een redactionele keuze waarvoor de hoofdredactie verantwoordelijkheid draagt. Verificatie blijft bij de journalist: AI-output kan nooit de enige basis zijn voor gepubliceerde feiten. Daarnaast publiceerde de NVJ een AI-bepaling voor redactiestatuten.
Eén Nederlands project laat zien hoe co-ontwikkeling er in de praktijk uitziet. Acht regionale omroepen bouwden de AI-toepassing KiesKennis rond de gemeenteraadsverkiezingen, schrijft Nadeche Orie (Rijnmond), als projectbetrokkene belanghebbend bij een positief oordeel, in Broadcast Magazine. Het project begon niet bij de technologie maar bij redactionele uitgangspunten: uitsluitend gecontroleerde en verifieerbare bronnen, geen live search, anoniem gebruik, Europese hosting. Landelijk zijn meer dan driehonderd journalistieke keuzes expliciet gemaakt en in het systeem vastgelegd.
KiesKennis is een verkiezingstoepassing, geen verificatietool; de parallel zit in de werkwijze, niet in het product. Voor het domein waar het CITP-rapport over gaat, het vaststellen of een beeld, een document of een stem aan de telefoon echt is, is geen Nederlands equivalent gedocumenteerd.


